aug 15, 2015 - In Vlaanderen    No Comments

Niet liegen, Johan

Ik viel bijna van mijn stoel toen ik in Het Laatste Nieuws van 13 augustus het volgende stukje las:
HLN_oostende-cameras

 

Ik heb een vraag voor burgemeester Vande Lanotte: bedoelt u hiermee de camera’s waarover sprake in het schitterende boek “De keizer van Oostende”? De camera’s waar onlangs in P-Magazine nog het volgende werd geschreven:

Oostende trekt veel illegalen aan. Om die in het oog te houden, plaatst de stad 54 camera’s met monitors in de haven. Prijskaartje: twee miljoen euro. Voor de plaatsing en uitbating van die camera’s heeft de Oostendse haven een stadsbedrijf opgericht: E-Port Communication Systems. De stad bezit de helft van de aandelen, de andere helft zit in de zak van Telindus, een bedrijf dat ook de Oostendse basketbalploeg sponsort en waar Vande Lanotte al jaren de grote man is. E-Port boert lekker, blijkt uit de jaarrekeningen. Met dank aan een lucratief contract dat havenvoorzitter Vande Lanotte afsloot met minister van Binnenlandse Zaken Patrick Dewael. Daardoor betaalt de politie sinds 2005 ieder jaar een half miljoen euro om gebruik te maken van de camerabeelden. Daarbovenop kreeg E-Port van de politie een eenmalige opstartpremie van 250.000 euro.

 

Bedoelt u dus de camera’s die u betaalt hebt (2 miljoen) en waarvoor u 10 x 0,5 miljoen (5 miljoen, dus 3 miljoen euro winst) hebt ontvangen?

Ik kan begrijpen dat het stopzetten van het contract dit jaar er nu voor zorgt dat u minder geld in uw (basket)kas kan hebben, maar om dan onmiddellijk zo afgunstig te reageren op Nieuwpoort… Tenzij u natuurlijk een afgunstsocialist bent…

 

Kritiekloze journalisten

Dat een socialistische politicus liegt, is iets waar je je aan verwacht. Maar dat een journalist die uitspraken zomaar afdrukt zonder die te confronteren met de achterliggende verhaal van die camera’s, da’s veel erger.

jul 27, 2015 - In Vlaanderen    No Comments

Meer is minder voor een ondernemingsvriendelijk klimaat

Minder getouwtrek voor ondernemersDe afgelopen dagen is er heel wat te doen geweest omtrent de tax shift. Naar aanleiding van mijn opinie blog was er heel wat heen en weer geschrijf op sociale media met diverse mensen. Die hebben we me eens aan het denken gezet over wat ik als ondernemer belangrijk vind en waarom ik enigzins sceptisch sta tegenover de tax shift die voor meer jobs zou moeten zorgen.

Voor alle duidelijkheid: de verlaging van de loonlasten was en is nodig. De huidieg tax shift helpt, maar volgens mij zal ze onvoldoende doorwegen om echt een shift in de economie te betekenen.

Daarom heb ik zelf eens genoteerd wat ik als ondernemer van een overheid verwacht. Volgend lijstje staat min of meer in volgorde van belangrijkheid, het belangrijkste voorop.

 

1. Minder wispelturigheid

Als ondernemer wil je plannen maken. Op korte, middellange en lange termijn. Je kan je onderneming maar gezond maken (en dus de economie gezond maken) als je zekerheid hebt om investeringen te doen. Een ondernemer heeft Excel als één van zijn meest betrouwbare instrumenten nodig.

Het is dus echter ondoenbaar als de regels constant veranderen en cours de route. Wat voor nut hebben je berekeningen nog als ze toch constant moeten bijgestuurd worden? OK, als ondernemer moet je constant bijsturen, maar eigenlijk zou de overheid en haar regels een (quasi) constante moeten zijn en net niet één van de meest volatiele variabelen in je berekeningen.

Die wispelturigheid houdt ook in dat de overheid bij wijzigingen rekening moet houden met de termijnen waarop ze bepaalde zaken invoert. Bijvoorbeeld bedrijfswagens en alles wat daar rond hangt. Op de relatief korte termijn van vier jaar dat een auto meestal dienst doet in mijn bedrijf, heb ik al regelmatig gevloekt dat de fiscale regels plots zodanig veranderen dat een goede keuze plots een slechte keuze wordt.

Afgelopen week was het zelfs zo dat door de snelle en grote stijging van diesel een wagen die ik drie weken geleden heb besteld en volgende maand geleverd wordt, nu eigenlijk al een slechte investering is. In die mate dat een deel van de tax shift eigenlijk geshift wordt naar het compenseren van die slechte investering, quasi mijn gans wagenpark.

De wispelturigheid is zo groot geworden dat je als ondernemer bij bepaalde beslissingen zegt “als het volgend jaar nog maar zo is“. Zelfs nu bij de tax shift denk ik dat. In het beste geval gaat een beslissing een legislatuur mee. Zelfs al zou de tax shift me toelaten mensen aan te nemen, dan zou het nog kunnen gebeuren dat ik ze een paar jaar later bij gewijzigd beleid weer moet ontslaan.

Idem voor infrastructuur, subsidies enz… Een overheid zou een constante factor moeten zijn voor een goed ondernemersklimaat.

 

2. Gelijk speelveld

Ongeacht hoe of hoe hoog de belastingen en andere drukvormen voor een onderneming zijn maakt minder uit als we met gelijke wapens spelen. Mijn onderneming kan enkel maar gezond zijn, als ik tenminste van de overheid dezelfde wapens (lees: rechten en plichten) krijg als mijn concurrenten.

Uiteraard strijdt iedere onderneming met andere wapens. Als ondernemer wil je het verschil maken, maar dat doe je dan met wapens die je zelf kiest. Het wordt echter onhoudbaar als de overheid regels dusdanig opstelt die het hetzelfde speelveld anders maken voor de deelnemers. Stel je eens een voetbalwedstrijd voor waarbij iedere ploeg speelt volgens andere regels.

Toch gebeurt dit in ons land. Door de wirwar aan regels alleen al, is de relatieve last voor KMO’s groter dan voor grote ondernemingen. Een KMO raakt zelf geen wegwijs in alle fiscale regels, subsidiepotten, ondersteuningsplannen (als die al op maat van de KMO gemaakt zijn) en diens meer. Ofwel ga je externe (dure) consultants aan het werk zetten ofwel laat je liggen wat ooit eens zo mooi geklonken moet hebben op een ministerraad.

De enige oplossing hierin is een vermindering van de complexiteit aan regels. Verlicht de planlasten en administratieve lasten: die besparing zal al veel meer zuurstof geven dan het zoveelste banenplan dat toch geen soelaas biedt aan de KMO. Zorg voor een gelijk speelveld. Grote ondernemingen hebben zoveel middelen om in het kluwen van regels er in te slagen veel meer geld te krijgen van de overheid en minder te moeten afgeven. Probeer daar maar eens tegenin te gaan.

Tegelijk moeten we ook over de landsgrenzen kijken. De loonhandicap is een echte handicap. Maar ook de falende overheid is een handicap. Jaren moeten wachten op vergunningen is nefast. Zelfs een overeenkomst met de overheid betekent juridisch geen zekerheid meer (cfr het niet nader genoemd complex (sic) dossier in Machelen).

Het is niet zonder reden waarom grote spelers in de e-commerce sector net over de grens hun magazijnen bouwen. Het is evenmin zonder reden waarom in onze buurlanden datacenters en netwerken als paddestoelen uit de grond schieten, terwijl in ons land internationale firma’s niet eens meer willen nagaan of ze een datacenter bijbouwen (hoewel hun bestaande reeds vol zitten). Om maar eens voorbeelden te geven uit de sector die ik het best ken.

Ook al de regels omtrent aftrekposten en fiscale verschillen zouden best afgeschaft worden. Een onderneming krijgt geld binnen en geeft geld uit. Wat overblijft is de winst die belast moet worden. Daar ben ik het alleen maar mee eens. De hoogte van die belasting maakt me zelfs minder uit, als ze maar voor iedereen gelijk is. Controleer of de uitgaven overeenstemmen met het principe dat ze bedoeld zijn om (later) winst mee te maken, maar maak daar geen honderdduizend verschillende regels voor.

 

3. Lagere lasten, vooral op de nettolonen

Het hoge woord is er uit. Ja, lagere lasten zijn nodig. Zeker al omwille van het reeds genoemde gelijke speelveld met onze buurlanden. Lagere lasten zijn niet nodig om mij meer winst te laten maken (wel leuk meegenomen natuurlijk), maar ik wil in de eerste plaats dat er meer van het geld dat ik heb om mensen te betalen naar hen kan gaan. Ze zouden dus netto meer moeten overhouden. Dan dalen voor mij automatisch de loonkosten want dan moet ik minder bruto geven en heb ik automatisch meer ruimte om met hetzelfde potje geld als nu meer mensen aan te nemen.

Een tax shift is volgens mij onvoeldoende. Zelfs als ik meer mensen kan aannemen, dan zal ik dit enkel maar doen als mijn omzet kan groeien, als ik meer afzet vind voor mijn productie (ook als dat diensten betreft). Die afzetmarkt zal alleen maar groeien als de economie groeit en mensen meer overhouden om te spenderen. De tax shift waarbij de last op arbeid verschuift naar meer last op de arbeider, zou dus wel eens een tegengesteld effect kunnen hebben.

 

Conclusie: minder is meer

In combinatie met de vorige wensen, denk ik dat een efficiëntere en slankere overheid met minder regels voldoende budgettaire shift zou creëren om de netto lonen van zij die werken gevoelig te verhogen en de loonhandicap te verminderen.

Minder regels zorgen voor minder last, voor meer budgettaire ruimte en dus voor meer zuurstof voor de economie. Een economie die goed draait zorgt voor meer goesting om te ondernemen. Meer ondernemen zorgt voor meer jobs. Meer jobs zorgt voor meer afzet. Meer afzet zorgt voor een gezondere economie.

Een overheid die durft minderen is wat we nodig hebben. Een overheid die verder kijkt dan de volgende verkiezingen. Durf het mes zetten in wat overbodig is. Op korte termijn gaat dat pijn doen, maar op langere termijn gaat dat renderen. Iedere ondernemer weet dat hij vaak beter eerst wat van zijn winsten afgeeft om te investeren om op lange termijn meer terug te krijgen. Makkelijk is het niet, maar moeilijk gaat ook.

jul 25, 2015 - In Vlaanderen    No Comments

Tax shift zal voor hogere lonen zorgen, niet voor meer jobs

Onderstaande tekst verscheen al eerder op mijn LinkedIn profiel en kreeg verbazingwekkend veel aandacht.

 

tax balanceAls ondernemer volg ik de politiek altijd op de voet, zeker als het gaat om maatregelen die onze economie beïnvloeden. Ik ben voor maatschappelijk verantwoord ondernemen en ik juich maatregelen toe die onze economie en het ondernemerschap ondersteunen.

Ik keek dus met veel belangstelling uit naar de tax shift. Dat dit een broekzak-vestzak operatie ging worden, mag voor niemand een verrassing zijn. Het zit hem al in de definitie. Het is een verschuiving van lasten. Wat er in het ene potje uitgehaald wordt, komt er in het andere bij.

Maar ik had er meer van verwacht, op meer gehoopt eigenlijk. Ik weet dat in dit land revoluties onmogelijk zijn, dat de verhoudingen tussen links en rechts, noord en zuid, patronaat en vakbonden er voor zorgen dat de status quo vaak de uitkomst van het compromis is. Ik verwachtte geen revolutie, maar toch een grondige evolutie. Maar voor mij is het gerommel in de marge, met toch een beetje hoop op een betere toekomst.

Ik ken nog niet alle details, maar afgaand op de berichtgeving vrees ik dat deze regering te veel verwacht van jobcreatie. Als bedrijfsleider van een onderneming met 20 werknemers, zie ik mijn RSZ-bijdragen mooi verminderen, maar het zal geen aanleiding geven tot extra aanwerving.

De shift verschuift gewoon al wat kosten binnen mijn onderneming. Diesel wordt duurder, de roerende voorheffing gaat omhoog, … Maar vooral mijn loonkosten zullen stijgen. Mijn werknemers beseffen nu al dat de levensduurte omhoog gaat. De vakbonden zullen daar zeker ook mee gaan zwaaien tijdens de vele sociale overlegmomenten en tegelijk zullen ze het argument gebruiken dat werkgevers nu meer marge hebben door de RSZ-verlaging.

Tegelijk gaat de war on talent keihard voort en door de stijgende levensduurte zullen de getalenteerde werknemers gevoeliger worden om van job te wijzigen voor betere loonsvoorwaarden. Zeker in grote bedrijven waar relatief meer loonmassa vrijkomt omdat men daar ook geld bespaart op de lonen van de minder jobmobiele werknemers (die netto meer zullen overhouden van deze tax shift en dus minder geneigd zullen zijn om meer loon te vragen), zal er meer vloeien naar de hogere functies.

Deze shift zal dus voornamelijk een shift zijn waarbij er van de besparing op bruto meer zal gaan naar netto door een verhoging van de (bruto)lonen. De kloof tussen hogere lonen en lagere lonen zal groter worden.

Werknemers zullen snel het argument oppikken dat ze nu minder kosten en er dus een stuk extra naar hun loonzakje kan gaan. Waar niks verkeerd mee is, want ons land is en blijft kampioen in het belasten van arbeid. Maar dat zal de ruimte om nieuwe jobs te creëren sterk verminderen.

Tel daarbij de maatregelen op die het consumeren meer belasten en ronduit sommige zaken beogen dat er geconsuminderd zal worden, dan zal de economie minder moeten produceren.

Misschien ga ik nu in tegen heel wat denktanks, studiediensten enz… maar ik denk niet dat dit jobs, jobs, jobs zal opleveren. Er zal heel wat verschuiven, maar de toekomst zal moeten uitwijzen of de mayonaise pakt of shift.

Groen wil alle straten afsluiten

Groen wil Hooiestraat afsluitenAls het van Groen afhangt, kunnen we binnenkort geen enkele straat nog uit met onze auto. Althans, dat is hun verborgen agenda, vermoed ik.

 

Het is immers goed dat ze iets willen doen aan het sluipverkeer in de Hooiestraat, maar de straat afsluiten is de verkeerde beslissing. Op dat punt heeft burgemeester De Blaere gelijk: binnenkort is alles afgesloten.

De oplossing ligt er gewoon in de lichten op de Knokseweg beter te regelen, vooral tijdens de spits. Dan staan er lange files. Je mag niet vergeten dat er vroeger enorm veel verkeer via de Maldegemseweg ging, zeker als je richting Maldegem reed. Dat verkeer moet nu langs het grote kruispunt links afslaan en daar is soms niet veel tijd tijdens de spits als je eerst alles vanuit Ursel moet laten kruisen en dan nog even tijdens de groene ontruimingspijl naar Maldegem moet afslaan.

 

Als men ook de Hooiestraat afsluit, zal het alleen erger worden. Wat is de volgende stap? Een hekken plaatsen in de Aalterseweg? Een goed doordacht mobiliteitsplan zou helpen, in plaats van lukraak straten af te sluiten. Praat vandaag eens met de mensen uit de Maldegemseweg en omgeving. Je zal gemengde reacties krijgen.

 

Tot spijt van Groen, de auto is er en zal er blijven en we zullen mobiliteit moeten opbouwen rond alle gebruikers en niet alleen rond fietsers en voetgangers.

mei 2, 2015 - In Vlaanderen    No Comments

Belasting op vermogens? Begin bij de vakbonden.

Wie vandaag de krant las of nieuwssites bezocht, kon niet naast het bericht kijken dat de socialistische vakbond 60 delegées op studiereis heeft laten gaan in Cuba, meer bepaald in een vijfsterrenhotel in een gekend vakantieoord.

 

Ik blijf me ergeren aan vakbonden die aan niets of niemand verantwoording verschuldigd zijn. Ze hebben geen rechtspersoon, je kan ze niet voor de rechtbank dagen. Ze hebben enkel rechten, geen plichten.

Ze zitten op enorme kapitalen. Ze verdienen handenvol geld aan werklozen omdat ze betaald worden om deze administratie op zich te nemen. Er wordt altijd beweerd dat ze daar geen winst op maken, maar waar halen vakbonden dan de enorme massa’s geld waarmee ze zelfs banken oprichten en beheren, enorme campagnes opzetten en dus zelfs leden op vakantie laten gaan?

 

De vakbond roept dat vermogens belast moeten worden, maar hoe zit het met hun vermogen. Volksvertegenwoordiger Peter Dedecker probeert al langer de financiële knoeiboel rond het ACV in kaart te brengen. Als een bijzondere belastingsinspectie zegt dat ze maar 60 miljoen kan belasten omdat de rest verjaard is, wil dat zeggen dat er nog veel meer is.

 

Kortom, als 1 mei de feestdag van de socialisten en de vakbonden is, laat 2 mei dan de dag worden waarop alle werkende mensen, zowel werknemers als bedrijfsleiders, profijt kunnen doen aan vakbonden die transparant en verantwoordbaar zijn. Laat ons belastingen heffen op hun vermogens. Dat kan pas eerlijk gebeuren als vakbonden transparant moeten zijn over hun vermogen. Laat het rekenhof hun boeken doorlichten elke tweede mei. Dan pas kunnen we echt feesten.

apr 16, 2015 - In Vlaanderen    No Comments

Intercommunales moeten geen vennootschapsbelasting betalen

De laatste dagen gonst het in de pers dat onze elektriciteit, water en huisvuilzakken duurder zullen worden omdat de federale regering besliste dat intercommunales voortaan vennootschapsbelasting moeten gaan betalen. Deze intercommunales lieten prompt weten dat ze deze “kost” zullen doorrekenen aan hun klanten.

 

Als bedrijfsleider vind ik die redenering raar. Ik beschouw belastingen niet als een kost. Meer nog, ik ben enkel vennootschapsbelasting verschuldigd op mijn winst. Winst die bestaat uit het overschot van inkomsten min kosten. Belastingen worden dus berekend op wat er overblijft nadat je de kosten hebt betaald.

 

Er is dus een heel simpel systeem om geen belastingen te moeten betalen. 33% van 0 euro winst is 0 euro belastingen. En moet een intercommunale winst maken? In mijn ogen is een intercommunale iets in de aard van een vzw. Het is een samenwerkingsverband tussen gemeenten om een gemeentelijke taak gezamelijk uit te voeren en zo via schaalvoordelen een lagere kost te hebben. In die doelstelling lees ik niks over de noodzaak van winst te maken.

 

Natuurlijk gaat het in werkelijkheid anders. In Knesselare betalen we al jaren veel te veel bijdragen aan IVM waardoor IVM jaar na jaar grote overschotten boekt. Om maar één voorbeeld te noemen. Dat is geld die aan de democratische controle van de gemeenteraad onttrokken wordt, meer bepaald aan de controle van de oppositie. Want die spaarpotten worden beheerd door de intercommunales zelf, die op hun beurt bestuurd worden door vetbetaalde directies en bestuurders, aangeduid door meerderheden en steunend op vette zitpenningen, leuke cadeau’s en smeuiige diners na afloop van bestuursvergaderingen waar het gemeenteraadslid in kwestie in al zijn onkunde maar meestemt met wat die vetbetaalde directeurs aandragen.

 

Voor mij kan het simpeler: als de afvalintercommunale 1 miljoen kosten heeft aan de afvalverwerking en 1,2 miljoen bijdragen factureert aan de gemeenten en nog eens 0,5 miljoen verdient aan afvalverwerking van bedrijven, dan is er een winst van 0,7 miljoen. Wel, dan moeten ze maar een creditnota opmaken aan  de gemeenten voor dat bedrag. Resultaat: minder kosten voor de gemeenten en minder belastingen voor hun burgers. En ook geen vennootschapsbelasting voor de intercommunale.

 

Dus in plaats van meer aan de burger aan te rekenen, wordt het tijd om net minder te rekenen.

apr 6, 2015 - In Vlaanderen    No Comments

Ben ik een relatieve kunstracist?

Die vraag houdt me nu al een tijdje bezig. Ik ben iemand die principieel tegen wetgeving is die meningen wil controleren. Vrijheid van mening is absoluut, de vrijheid om ze te uiten is al iets minder absoluut, maar moet naar mijn inziens toch zo ruim mogelijk geïnterpreteerd worden. Het is pas mis als er daden uit volgen die onze maatschappij als onaanvaardbaar beschouwd dat er moet opgestreden worden, naar mijn mening.

 

Vanuit dat standpunt kan ik al duidelijk zeggen dat oproepen tot discriminatie – waarbij zowel de oproep als het gevolg beiden een daad zijn, zeker strafbaar moet zijn. Of het hebben van een racistische mening strafbaar moet zijn? Neen, zeker niet. Moet het uiten van die mening strafbaar zijn? Moeilijke vraag.

 

Alles wordt nog veel moeilijker als we eerst naar de basis gaan: wat is racisme? En daar komt de kat op de koord: het begrip racisme, de definitie ervan, is alvast relatief, zeker tegenover de tijd en volgens mij ook volgens de omstandigheden.

 

Het is alvast niet zo dat omdat iemand die zichzelf tot slachtoffer verklaart of beschouwt roept dat het racisme is, dat het zo is. Volgens mij zit daarin de nuance die Bart De Wever terecht probeerde te duiden en die ik met hem deel. Racisme is relatief in die zin dat niet alles wat beticht wordt van racisme, dat ook is. En dat is, sorry dat ik het zeg, soms, ten dele, of soms helemaal te wijten aan de geviseerden.

 

Laat ik een voorbeeld geven… Ik zoek nog steeds bijkomend personeel om mijn bedrijf te laten groeien. Voor de meeste functies is dagelijks mondeling en schriftelijk contact met de klanten nodig, vaak in stressvolle situaties waarin taal en haar nuances belangrijk (kunnen) zijn. Aangezien het merendeel van mijn klanten Vlaams spreekt, verwacht ik niet minder dan dat mijn personeel die taal spreekt op het niveau van “buitenmatig goed” tot “moedertaal”.

Als ik dan een sollicitant voor me heb, die dat niveau niet haalt, is er een basisvoorwaarde onvervuld om aangeworven te worden. Of die kerel nu Zjos van Aaaaantwaerpen noemt, of Djzadabillah van hetzelfde Aaaaantwaerpen, maakt me niet uit. Zowel Zjos als Djzadabillah zullen een njet krijgen als ze de taal niet spreken.

 

Als op dat moment Djzadabillah roept dat ik een racist ben, ben ik dat dan ook? Ben ik racistisch omdat bij Djzadabillah als eerste vraag peil naar zijn talenkennis? Of ben ik dan gewoon door feiten en ervaringen redenerend aan het peilen naar een tekort dat ik vaker tegenkom bij een bepaalde bevolkingsgroep, met name een onvoldoende kennis van onze taal?

Als dat racisme is, dan kan ik niet anders dan schuldig pleiten. Maar ik meen van niet. Als ik Djzadabillah per definitie uitsluit omwille van zijn afkomst en hem niet eens de kans geef zijn taalniveau te komen bewijzen: ja, dan ben ik een discriminant en stel ik een daad, waarvan deze maatschappij het recht heeft die strafbaar te beschouwen.

 

Maar Bart De Wever heeft gelijk dat de term “racisme” te vaak gebruikt, zelfs misbruikt is, door mensen die hun tekortkomingen daaronder willen verschuilen. En ja, het zal ook wel zo zijn dat die tekortkomingen er kunnen gekomen zijn als gevolg van racisme, maar langs de andere kant geloof ik dat onze maatschappij in Vlaanderen zoveel kansen biedt qua onderwijs, dat wie die kans wil grijpen, ze ook kan grijpen. Ik ben dus iemand die minder medelijden zal hebben dan de gemiddelde socialist met hen die deze kansen niet gegrepen hebben.

 

Als Djzadabillah na zijn mislukte sollicitatie “racisme” roept, dan bewijst hij zichzelf en andere allochtonen een slechte dienst. En dat je deze reactie bovengemiddeld vaker tegenkomt bij bepaalde groepen, zoals Bart De Wever stelt, neem ik ook aan op basis van mijn ervaringen.

 

Wat Abu Zaza betreft: die man heeft wat mij betreft het bovenstaande truukje van misplaatst racisme roepen tot kunstvorm verheven. Aangezien kunstliefhebberij subjectief is, staat het me vrij die kunst niet te appreciëren. Misschien ben ik dus ook een kunstracist?

 

Gelijk krijgen: je moet er geduld voor hebben

Het is niet de eerste keer en het zal ook niet de laatste keer zijn dat ik gelijk krijg van het schepencollege, zelfs al ben ik gestopt met de Knesselaarse politiek.

 

Deze keer in het dossier van de N461 oftewel de Middelweg in Ursel. Toen in 2009 de weg werd overgedragen aan de gemeente, heb ik in de gemeenteraad van 8 april 2009 gepleit om verder te onderhandelen. “De prijs van 700.000€ die de provincie betaalde om van de weg af te geraken was te laag”, zei ik toen al. Vooral omdat die niet in goede staat was en we dus snel zelf zouden opdraaien voor extra kosten. Ik had toen ook een vergelijking gemaakt met wat andere gemeenten kregen, maar ik zag het allemaal verkeerd volgens Fredy Tanghe en ik joeg op spoken.

 

Wat lees ik vandaag in Het Laatste Nieuws:

“De Middelweg krijgt een nieuwe asfaltlaag tussen het dorp en de grens met Aalter”, zegt schepen Herlinde Trenson (Groep 9910). “We voorzien voor dat werk dit jaar 675.000 euro. We hebben de Middelweg enkele jaren geleden overgenomen van de provincie en hebben daar toen 700.000 euro voor gekregen. Veel te weinig, als je ziet dat we dat geld al nodig hebben bij de eerste vernieuwingswerken.

 

Dankuwel Herlinde, om mits wat uitstel en geduld te zeggen dat de oppositie (weer) eens gelijk had en jullie toen dus beter hadden moeten luisteren en neen zeggen op het gemakkelijke geld. Maar laat het ons gewoon op Tanghe steken, hij was per slot van rekening verantwoordelijk voor financiën.

Tegelijk hoop ik dat dit al meteen een teken is van het nieuwe bestuur waar ik een paar dagen geleden op hoopte met Erné De Blaere als burgemeester. Mensen, op deze manier krijg ik terug zin om aan politiek te doen…

 

jan 7, 2015 - In de wereld    No Comments

Je Suis Charlie: durven we ons gedacht nog zeggen?

Je Suis CharlieDe moorden die vandaag gebeurd zijn, is geen moslim terrorisme. Dit is niet het geweld van een religie, dit is niet de keuze die miljoenen moslims ter wereld maken. De islam telt bij mijn weten meer mensen die dit geweld ook afkeuren, dan dat er moslims zijn die nu hoera roepen.

Maar, dat gezegd zijnde, is iedere persoon – moslim of niet – die nu goedkeurend mompelt bij deze aanslag of deze massamoord probeert te relativeren, is er één te veel. Dit geweld tegen vrije meningsuiting is onaanvaardbaar en is meer dan een brug te ver.

 

Het is nog geen week geleden dat ik ageerde tegen een socialistische burgemeester die de vrije meningsuiting aan banden wil leggen. Sommige mensen reageerden met “dat is zo erg toch niet?”. Denken zij dat nu ook van de moorden in Frankrijk? Of kunnen we nu eindelijk zien dat we naar een wereld gaan waarin onverdraagzaamheid de boventoon viert en waar andere meningen niet meer verdragen kunnen worden, tot op het punt dat ze overheidsgewijs of geweldadig bestreden (moeten) worden?

 

En toch… Ik kan hier nu duidelijk een standpunt innemen waarvan ik weet dat ik niet alleen sta. Twitter ontploft met de hastag #JeSuisCharlie. Tegelijk moet ik bekennen dat ik me ook al wel eens heb ingehouden met mijn gedacht te zeggen of te schrijven op mijn blog, met de bedenking “ja laps, als ik dit u schrijf, moet ik opletten of ze pakken mij ook nog eens aan”. Word ik een bangerik naarmate ik ouder word? Ik kan wel zeggen dat ik door ouder te worden, wel vaker bedenk dat ik niet enkel aan mezelf moet denken, maar ook aan mijn kinderen. Die gedachte heeft me inderdaad al weerhouden mijn mening neer te schrijven uit schrik voor deze of gene, al dan niet Moestafa genoemd of niet.

 

En dat vind ik eigenlijk erg. Want dan denk ik opnieuw aan mijn kinderen. Moeten zij een wereld erven waarin ze schrik moeten hebben om hun mening te verkondigen? Een wereld waarin een gedachtenpolitie of -militie op de loer ligt om je te betrappen op een fout idee?

 

Hiermee hebben de terroristen eigenlijk al gewonnen. Want terreur is een oorlog in angst en ze zijn er in geslaagd angst als normale reactie in onze harten te planten. Net zoals ik me al heb ingehouden om iets neer te schrijven, is iedereen al slachtoffer van de angst. Ik las daarstraks “lafaards” als reactie op het feit dat AP al een pak foto’s heeft gecensureerd. Een begrijpbare reactie, maar ik stel hier de vraag “wie van ons is al niet eens een lafaard in deze geweest?”.

 

Politieke CorrectheidPolitieke correctheid is eigenlijk een gestileerde vorm van die lafheid. Het is niet politiek correct om te zeggen dat je schrik hebt van de islam. Het is not done om te zeggen dat we het moeilijk hebben met moslims die naar hier komen, om te profiteren van de vruchten van onze vrije sameleving en tegelijk die vrije samenleving aanvallen net dankzij die vrijheid die ze niet hadden op de plek waar ze vandaan gevlucht zijn. Het is ongehoord om je uit te spreken tegen mensen die eisen dat onze zwembaden twee avonden per week voorbehouden zijn voor vrouwen die niet eens hun enkels mogen tonen omdat de mannen dan als een bende losgeslagen met hormonen volgespoten stieren zouden hun hoorns recht zetten.

 

Moet de aanslag van vandaag niet als gevolg hebben dat wij – samen met de moslims die niet akkoord gaan met hun broeders – vandaag zeggen “tot hier en niet verder”? De vraag is alleen: “hoe gaan we dat doen?” Want als we repressief optreden tegen de jihad, dan wakkeren we onverdraagzaamheid net aan en onverdraagzaamheid is een vorm van angst tegenover een andere mening.

Dat is de catch 22 van onze samenleving en daardoor hebben de terroristen bij voorbaat gewonnen. Net die vrijheid die ze aanvallen en van ons willen afpakken, kunnen we ogenschijnlijk enkel verdedigen door hen die vrijheid te ontnemen. Net omwille van die tegenstelling is het zo moeilijk om een antwoord te formuleren op de onverdraagzaamheid van hen tegen ons zonder dat het een ons tegen hen wordt.

 

no passaranOp één punt kunnen we wel duidelijk zijn: geweld tegen een mening kan nooit. Het geweld, de moordzucht van vandaag, moet massaal veroordeeld worden. De overheid heeft als plicht massaal jacht te maken op de daders en hen voor het gerecht te brengen. Zelfs al weten we dat na deze drie of vier met propaganda zotgestookte jongeren er nog een ander leger klaarstaat om hetzelfde te doen.

De enige remedie die echt kan werken, is tonen dat de angst niet kan zegevieren. We moeten tonen dat we onze mening niet zullen afgeven. We moeten de moed hebben de rug te rechten en door te gaan. De censuur van AP, de politieke correctheid die een bedekte vorm van censuur is, de regelneverij van CGKR tegen ons maar niet tegen hen moet stoppen.

 

Angst is enkel met moed te overwinnen. We moeten nu allemaal de moed hebben om te zeggen “tot hier en niet verder”. De moed om te beseffen dat dit niet zonder slag of stoot zal gaan. Maar het gevecht bij voorbaat uit de weg gaan uit angst, is de strijd opgeven zonder kans op slagen. Laat de aanslag van vandaag een sleutelmoment zijn waarop we zeggen “we tolereren dit niet langer” en laat ons die boodschap eensgezind uitdragen. Zoniet is onze wereld nu al om zeep.

 

Een nieuw tijdperk voor Knesselare

Nu de feestdagen achter de rug zijn – ik beschouw Driekoningen altijd als het einde van de tijd waarin we een willekeurige nieuwe dag meer vieren dan een anderen – kan ik eens stilstaan bij wat mijn politieke wensen zijn voor mijn Knesselaarse en Urselse medeburgers.

 

2014 is voor mij het jaar waarin volgens mij het scharnier werd geplaatst van het luik dat kan opengaan voor een nieuwe toekomst van Knesselare. Ik betreur de manier waarop de burgemeesterswissel heeft plaatsgevonden en ik wens de vorige burgemeester alle kansen toe om zijn probleem – van welke aard dat ook moge wezen – aan te pakken en zichzelf te herpakken. Maar ik betreur het feit dat er een wissel gekomen is niet.

 

Ik meen dat met de aanstelling van Erné De Blaere als nieuwe burgemeester een wissel op de toekomst is genomen. Ik ken Erné al vanaf de dag dat ik in de Knesselaarse politiek ben gestapt en hoewel ik het niet eens ben met al zijn keuzes – er is er vooral één die ik betreur doch begrijp, laat dat duidelijk wezen – ben ik wel overtuigd van zijn motieven, zijn ernst en zijn inzet.

Ik heb er goede hoop op dat hij een nieuw bewind zal voeren, dat er eindelijk een post Tanghe en post Schrans tijdperk kan aanbreken. Burgemeester De Blaere verstaat veel meer de kunst van overleg en communicatie, is minder eigengereid. Hij is ook absoluut een man van het volk, zonder zich daarin te verliezen en bovenal hij is intellectueel capabel voor deze job.

 

Tevens zijn er ook een aantal schepenen (niet allemaal) die volgens mij de juiste kwaliteiten hebben om mee te werken aan dit nieuwe bewind.

Het schip zal misschien maar langzaam van koers veranderen; er is immers een hoop ballast uit het verleden wat de tonnage zwaar maakt. Maar met deze kapitein aan het roer is er voor het eerst een moment aangebroken dat ik hoopvol uitkijk naar de toekomst van Knesselare. Voor het eerst voel ik niet meer de drang om dit bestuur louter te bekampen, maar wel om het een behouden vaart toe te wensen.

 

Laat dat mijn wens voor ons dorp zijn voor 2015.

Pagina's:1234567...129»