nov 23, 2007 - In Vlaanderen    No Comments

Verzoenend gebaar of niet?

Deze week lag er in de plenaire zitting van De Kamer een voorstel van resolutie van het Vlaams Belang op tafel. Het betrof een resolutie die in wezen de regering de opdracht geeft een voorbereiding te maken van de splitsing van België. Dit voorstel werd reeds in 2005 ingediend.

De procedure is dat ieder voorstel van wet, resolutie enz… na de indiening in overweging moet genomen worden. Normaal is dit een formaliteit. Daarin volg ik de stelling van Jean-Marie De Decker: een democratisch parlement moet de mogelijkheid hebben om ieder voorstel te bespreken en vervolgens eventueel met recht en rede een voorstel goed- of afkeuren.

Maar deze keer dus niet. Het voorstel van het Vlaams Belang werd niet in overweging genomen.

Hebben de oranje-blauwe en/of in verruiming van dat begrip alle “stoute” Vlaamse partijen hiermee bewust een verzoenend gebaar willen maken?

De franstaligen vroegen hier sinds de eenzijdige goedkeuring van de BHV-splitsingsvoorstellen luidkeels om.

Langs Vlaamse kant haastte ¨Pieter De Crem zich om de geste te minimaliseren. “We hebben willen aantonen dat we geen separatisten zijn. We willen alle kansen geven aan de onderhandelaars en dit stemmen zou daar geen goed aan doen”, zei De Crem.

Nochtans was het ordewoord heel duidelijk gesteld. Daags voordien had Le Soir zonder blikken of blozen gesteld dat de Vlaamse partijen hier een uitgelezen kans hadden om een vriendelijk gebaar te maken. “Als de Vlaamse, democratische partijen tegen het voorstel zouden stemmen, zouden ze het bewijs uitspreken dat ze nog gehecht zijn aan België,” aldus Le Soir.

Vlak voor de stemming zei MR-fractieleider Daniel Bacquelaine het nog in omgekeerde zin: “Dit is in de huidige omstandigheden meer dan ooit een provocatie. Het is een gelegenheid voor alle partijen om te tonen dat ze voor een dialoog tussen de gemeenschappen en een sereen klimaat zijn”. Met andere woorden, als de Vlaamse partijen ook maar durfden dit in overweging nemen, zou het er niet goed uit zien.

Maar is het nu een gebaar of niet?

Vlak voor de stemming kwam Yvan Mayeur van de PS nog tussen: “Een stemming van de Vlaamse fracties tegen de inoverwegingneming van dat voorstel tot algehele ontbinding van de Belgische staat niet beschouwd wordt als een verzoenend gebaar ten aanzien van de Franstaligen of als een goedmaker na de kaakslagen van B-H-V en de beslissing om de burgemeesters niet te benoemen.” Eigenlijk kan dat allemaal wel tellen…

Voor de PS blijft het alsof de franstaligen in ons land de grote slachteroffer van een ongelooflijk complot zijn. De Vlamingen moeten blijkbaar op hun blote knieën vergiffenis gaan vragen omdat we nu voor één keer niet in het stof zijn gaan kruipen op vraag van onze zuiderburen…

Voor CdH was het wel een ‘positief signaal’.

Opvallend was trouwens dat CdH bij verschillende stemmingen meestemde met de rode oppositie en tegen oranje-blauwe coalitiepartners, zoals bij de verlaging van de inkomensgrens van het stookoliefonds.

En MR-voorzitter Reynders noemde het nadien dan toch geen echt gebaar en bleef in de lijn van zijn fractieleider: “We hebben gewoon vermeden dat er nieuw communautair probleem werd gecreëerd. Niets meer, niets minder”, verklaarde MR-voorzitter Didier Reynders. FDF-voorzitter Olivier Maingain had het dan weer over “het minste dat men kon doen”.

Ik heb dus niet de indruk dat dit echt hét signaal bij uitstek is die moet toelaten om Leterme te laten landen.

Trouwens, persoonlijk zie ik niet zoveel vooruitgang tegenover twee weken geleden. In werkelijkheid zijn er geen garanties op een staatshervorming en hangt er nog niet eens een klein stekelbaarsje aan de haak, laat staan dat die zelfs nog maar in één of andere pan gesukkeld is.

Ik vind trouwens dat het gewoon tijd wordt dat de franstaligen eens een gebaar stellen. Na 167 dagen “non, non, rien n’a changé” zie het best zijn dat de franstaligen eens duidelijk zelf zeggen wat er volgens hen wel veranderd is en nu mogelijk is tegenover enkele weken geleden. Want zonder dat we weten waartoe ze bereid zijn, zijn alle wijze raden en conventies niet meer dan lege praatbarakken.